» Bestel nu
|
|
Het was middernacht. Witte vogels gleden over het verlaten havengebied. Met een groene schijn weerkaatste de sikkel van de maan in het zwarte dokwater. De man hijgde. Klik-klak, klik-klak. Zijn nieuwe schoenen slierden over de natte straatstenen. Een vuile mist haakte zich vast aan de braakgronden tussen vervallen huizen en uit Café Zanzibar klonk de weemoedige stem van Jo Leemans die Que Sera Sera zong, Wat zal zijn, Zal zijn. De poort zwaaide open. Roos de Moor sloeg haar handen voor haar gelaat, haar lichaam schokte en door het huis galmde een kille stem die door merg en been sneed: Zij haalt het bloed van onder mijn nagels mijn nagels mijn nagels nagels nagels.
Bekroond met de Hercule Poirot-prijs voor het spannendste boek van het jaar.
|
|
» Bestel nu
|
|
BAMM! BAMM! Twee schoten van dichtbij, kort na elkaar, zoals in een Amerikaanse film.
Zij lag onder een straatlamp en bloed spoot als een fontein uit haar lichaam. Hij bleef maar schieten, drie kogels per seconde, een ballet van kogels, tot de lader leeg was en zijn pistool klikte.
De nacht was zo warm, dat de lucht ervan trilde. Aan de andere kant van de stad schoot een steekvlam omhoog tussen geparkeerde auto’s en met een geweldige knal spatte het Fiatje van Miss België uiteen in duizend brandende stukken.
In het lokaal van de gerechtelijke politie trokken de speurders een kogelvrije vest aan. De tafel lag vol revolvers en pistolen. ‘Excuseer, ik voel mij naakt zonder mijn blaffer,’ zei Sofie Simoens.
De nieuwe speurder droeg strakke jeans en cowboylaarsjes van slangenleer.
|
|
» Bestel nu
|
|
Het meisje lag aan de rand van de vijver, met haar gelaat in de modder. Nergens een spoor van bloed. Wie deze weg gebruikt, doet het uitsluitend op eigen risico stond op een bord tussen de bomen. Een dode in het lijkenhuis kreeg een erectie en de koning van de mafioski werd omvergeknald in een zijstraat van de Keyserlei, met drie schoten. Erg was dat niet, hij liep toch met de dood in zijn schoenen. Een verkrachter neuriede Kili kili watch watch in de voetgangerstunnel terwijl Fatima twee straten verder aan een lantaarnpaal bengelde, met de knoop van de Wurger van Boston om haar hals. Alle ramen in het stadhuis waren verlicht. Uit een staalgrijze hemel viel koude regen. De commissaris luisterde naar de meeuwen, die miauwden als jonge katjes. De beroemde lichtjes van de Schelde kreeg hij er gratis en voor niks bij.
Rode rozen is het derde boek in een nieuwe reeks bloedstollende en filmische thrillers. Plaats van aktie is de stad aan de stroom, waar de regen natter is dan regen van de vorige dagen en de speurders van de Antwerpse moordbrigade bij nacht en ontij het ene raadsel na het andere oplossen.
|
|
» Bestel nu
|
|
Het begon zacht te sneeuwen. De sluipschutter keek over de loop van zijn geweer naar zijn slachtoffers aan de overzijde van de straat. Een gele tweedekker cirkelde boven het sprookjeskasteel van de Nationale Bank. In de kluis lag zoveel geld, dat het pijn deed aan de ogen. Geld stinkt, zeggen de mensen. Geld is het slijk der aarde. Tweemaal flauwekul. Alle klokken bimbambeierden allemaal tegelijk en een vuurpijl met een staart van fonkelende sterren verlichtte
de nachtelijke hemel. Bam-bam-bam. De kogels zinderden door de koude winterlucht en feestvierders strompelden door de sneeuw, druipend van het bloed, met hun darmen als spaghetti tussen hun vingers. Golfjes kletsen tegen het staketsel en in de bocht van de Schelde spoelde een lijk aan. Middernacht. De doodsklok luidde over de stad. Het was misdadig mooi.
Genomineerd voor de Hercule Poirot-prijs voor het spannendste boek van het jaar.
|
|
» Bestel nu
|
|
The Stones knalden uit de boxen. Met een klap ontplofte de bestelwagen en uit de gloeiende vuurbal kantelde een verkoold lichaam met een hoofd als een gebraden kip. Get your kicks bam bam on Route bam bam 66. Zo’n lawaai. Een mens zou er horendol van worden. Overal lagen bankbiljetten. Duitse marken, Zwitserse en Franse francs, guldens, dollars, ponden, roebels, Japanse yen en Belgische franken. De telefoon rinkelde. ‘Een lijk op je nuchtere maag?’ riep Marie-Thérèse vanuit de badkamer. Genoeg bloedvergieten, genoeg doden in de sneeuw. Een hoertje met katachtige ogen knipperde met haar wimpers. Niet dringen, niet duwen, achteraan aanschuiven, iedereen komt aan de beurt. Vlakbij loeide een sirene met 180 decibel. ÍÍÍ-ÁÁÁ, ÍÍÍ-ÁÁÁ. Er viel een fijne, melancholische sneeuw, die op zilveren confetti leek. Geen weer om een hond door te jagen. Erg was dat niet, honden gaan toch niet naar de hoeren.
Bloter dan bloot is na Doder dan dood de tweede bloedstollende en filmische thriller over een spectaculaire overval op de Nationale Bank. Dieven zijn er vandoor met twee paletten baar geld. Wat nu? Plaats van actie is de stad aan de stroom, waar de speurders van de Antwerpse moordbrigade—de commissaris, Sofie Simoens met haar cowboylaarsjes van slangenleer, Deridder, Tony Bambino en Vindevogel met zijn jarenzeventigbril—van de ene verbazing in de andere vallen.
|
|
» Bestel nu
|
|
Drie schoten, drie kogels, kort en droog als het klappen van een zweep en netjes naast elkaar, tussen de vijfde en de zesde rib, precies op de plaats van het hart. Zijn borstkas kraakte open, bloed spatte naar alle kanten en een helse pijn zoemde door zijn lichaam. De telefoon rinkelde. ‘Hallo? Hallo?’ Hijgen en zuchten aan de andere kant van de lijn. ‘Verkeerd verbonden,’ zei de commissaris. ‘Koffie voor de mannen?’ vroeg Flora. ‘Koffie met een koekje!’ antwoordde Tony Bambino. ‘Een koekje uit je broekje,’ zei Vindevogel. ‘Vuile snoepers!’ lachte Flora. In het verduisterde aquarium van de Zoo werd een onbekend lijk door piranha’s aan stukken gescheurd. WIJ ETEN OM 3 UUR STIPT, flikkerde in rode neonletters boven het bassin. Onder een kapotte straatlamp wachtten zij hem op. Zij droegen groene badmutsen, met gaten voor ogen en neus en mond. WHÀMMM! De eerste slag kwam totaal onverwacht, in zijn maag, en zonder pijn. De commissaris plooide dubbel en zakte kokhalzend door zijn knieën.
Geen tijd voor tranen is de zesde spannende en bloedstollende thriller van Stan Lauryssens. In de stad aan de stroom—Antwerpen—zijn drie lijken op één dag zelfs voor de gerechtelijke politie teveel van het goede. De commissaris krijgt het zwaar te verduren. Zijn leven is in gevaar, er kleeft bloed aan zijn handen en niemand kan hem helpen.
|
|
» Bestel nu
|
|
Leven is drie keer sterven. Zij richtte haar pistool en vlamde tweemaal vanuit de heup, van vlakbij en zonder mikken. Het wapen schokte en schudde en de kogels maakten een snijdend, fluitend geluid. TAKKK-pfffieuwww-BÁMMM! Luchtbellen met de kleur van frambozen borrelden uit zijn mond en gleden als schuim langs zijn kin. Het slachtoffer leek als twee druppels op Jack Nicholson. Dat was andere paté dan smeerpaté. Lentesneeuw dwarrelde uit de bomen. De commissaris trok de buitenboordmotor van een opblaasbare rubberboot op gang en de Zodiac schoot naar het midden van de plas. Twee kikvorsmannen lieten zich splàààshhh achterstevoren in het water vallen en sleepten het dode lichaam van Marilyn Monroe naar de kant. De dienstauto walste over het linkerrijvak en schraapte langs de betonboord. Koppeling indrukken, schakelen, gas geven. Sofie Simoens greep haar dienstpistool dat verborgen zat in haar cowboylaarsje van slangenleer. BAÁÁNGGG! De eerste kogel blies een gat in de wolken.
Stan Lauryssens is de meest internationale van alle Vlaamse misdaadauteurs. Zijn boek Dalí & ik—een zelf beleefde thriller over kunst en fraude—wordt in Hollywood verfilmd en verschijnt in 22 landen waaronder China, Rusland, Japan en de Verenigde Staten. Ook Wie vroeg sterft wordt in Amerika gepubliceerd.
Met ieder nieuw boek doet Stan Lauryssens zijn talrijke lezers paf staan van verbazing. Waar haalt hij het? Wie vroeg sterft is zijn zevende spannende thriller waarin de speurders van de moordbrigade van de ene verbazing in de andere vallen. Weer ‘een echte Lauryssens’: gruwelijk en tegelijk onweerstaanbaar grappig.
|
|
|
» Bestel nu
|
|
Sofie Simoens met haar cowboylaarsjes van slangenleer is de nieuwe commissaris van de moordbrigade. Ten eerste, bagarre in de gevangenis. PÁTS! BOOM! Een vork in de keel van een kutmarokkaan. Hij is niet dood maar veel scheelt het niet. Alle celdeuren staan wijd open. Een hoertje maakt haar opwachting in de liefdescel die door cipiers ‘het neukkamertje’ wordt genoemd. Voor Ricco en zijn poezeloesje is één standje per jaar een goed gemiddelde. Wat nu? Ook boel in de diamantwijk. In een werveling van hete rook boren de kogels zich PLOF! PLOF! PLOF! in de pizzakoerier en zijn bloed met de mooirode kleur van gepureerde tomaat spat naar alle kanten. Wat doen we met het lijk? Op de WC zetten en twee keer doortrekken. De buit van de spectaculaire overval op de Nationale Bank—twee ton baargeld, een volle bestelwagen—blijft spoorloos. Sofie Simoens zit met de handen in het haar. Waar is zij aan begonnen?
Rijker dan rijk is de adembenemende finale van Doder dan dood en Bloter dan bloot: nog doder, nog bloter, nog rijker. Een thriller vol keiharde actie, wervelende scènes en humoristische dialogen waarin de speurders van de moordbrigade—Peeters, Tony Bambino, Vindevogel en al die anderen—van de ene verbazing in de andere vallen. Plaats van aktie is de stad aan de stroom, waar regen altijd natter is dan elders in het land en steeds meer water door de Schelde vloeit.
|
|
|
» Bestel nu
|
|
Sofie Simoens haalt de trekker over. BÀÀÀÀNGGG! Een flits, een knal. Trigger-happy flikske, denkt zij en glimlacht. Alles wordt zwart voor haar ogen. Een moslimterrorist hakt het been af van een moslimgeestelijke. In de Bagdadstraat —Jurassic Park zoals wijkagenten zeggen—trekt de gerechtelijke machine zich op gang met genoeg wapens om heel Afghanistan te veroveren. ‘Hier de politie! Gelieve de straat te ontruimen!’ ’ Iedereen stijf van de stress. ‘Alle moslims op de grill!’ roept Yaakov. WHÓÓÓÓÓSHHH! Heel de diamantwijk in de fik. ‘Hamas, Hamas, alle joden aan het gas!’ Een rukwind veegt door de natte straat. ‘De NV België is een land in faling,’ zegt de reporter en knipoogt naar zijn kijkers. Overal bloedende slachtoffers, mensen in shock en zwarte smurrie die als Luikse siroop uit hun mond gulpt. ‘Koffie voor de mannen?’ vraagt Flora. ‘Klotejob, hé?’ zegt Tytgat. Sofie Simoens schrikt wakker. Ik ben dood, denkt zij en huilt zachtjes tot al haar tranen zijn opgehuild.
Sofie Simoens heeft het niet voor de poes als nieuwe commissaris van de moordbrigade. Vooral de kwade geesten in haar eigen hoofd spelen haar parten. Niet te verwonderen dat het akelig kil en stil is in de stad aan de stroom waar de regen natter en kouder is dan elders in het land.
|
|
|
|
|
|
|
|
|